Menu

De Boomtafel

 

Boomtafel (2000)

In èèn stuk gegoten aluminium, verf, Pakistaanse bruidsbeker (ook gegoten aluminium).

Collectie Singer Museum Laren.

Afmeting: 2,5 meter bij 3 meter.

Hij toch zal zijn als een boom, aan het water geplant, die zijn wortels tot aan een beek uitslaat, en het niet merkt, als er hitte komt, maar welks loof groen blijft, die in een jaar van droogte geen zorg heeft en niet nalaat vrucht te dragen.
Jeremia 17:8.

En er zal een rijsje voortkomen uit de tronk van Isaï en een scheut uit zijn wortelen zal vrucht dragen. En het zal te dien dagen geschieden, dat de volken de wortel van Isaï zullen zoeken, die zal staan als een banier der natiën, en zijn rustplaats zal heerlijk zijn.
Jesaja 11:1,10.

Expositie ter gelegenheid van het 75 jarig Jubileum van het Von Gimborn Arboretum te Doorn.

“Famke van Wijk laat zich op intuïtieve wijze beïnvloeden door geschriften van kerkvaders,
scholastici, filosofen, esoterische schrijvers en misschien wel vooral -door de bijbel. Dit komt echter niet op een letterlijke of illustratieve manier tot uitdrukking in haar werk, maar zij visualiseert telkens een hoogst persoonlijke metaforische wereld. Haar Christelijke geloofsovertuiging is de drijvende kracht en ze verwijst in haar beelden naar een bovenzinnelijke en spirituele wereld. Famke van Wijk lijkt te zeggen dat de scheiding tussen het materiële en immateriële of het aardse en het hemelse eigenlijk maar betrekkelijk is.
Dit metafysische karakter is eveneens aanwezig in haar beeld voor het Arboretum. Dit geheel in aluminium uitgevoerde beeld stelt een oude boomstam voor met daarboven een tafel met een houtstructuur die 30 cm boven de grond zweeft. In het midden van de tafel net boven de holle boomstam bevindt zich een gat, dat gevuld is met water.
De in de aarde gewortelde boom zou de natuur kunnen vertegenwoordigen en de door de mens vervaardigde zich in hogere sferen bevindende tafel zou als uitdrukking van de cultuur gezien kunnen worden. Maar niets is bij Famke van Wijk alleen waar het in eerste instantie op lijkt. De tafel is per slot van rekening van dezelfde boom gemaakt en daarmee tegelijkertijd natuur. Er lijkt sprake te zijn van elkaar tegenstrevende krachten: de opwaartse viriele kracht van de boom en de neerwaartse (zwaarte)kracht van de tafel. In het gat met het transparante rode water, een symbool van de goddelijke ziel, verzoenen deze voortdurend met elkaar strijdende tegenstellingen zich (materie-geest, natuur-cultuur, mannelijk-vrouwelijk en mens—god.) Het bekertje met hetzelfde transparante ‘bloed’ nodigt de bezoeker uit aan dit louterende proces deel te nemen.
Het gat kan ook opgevat worden als een wond, de tafel als ontleedtafel of als een eucharistietafel. Is de gewonde boom die de tafel draagt en verheft (en daarmee van zijn materiële functie ontdoet) misschien een verbeelding van de dienstbare en lijdende Christus? Ook kan het gat een gevoel van heiligschennis oproepen, omdat een bepaald mysterie zich heeft onthuld.”

Hestia Bavelaar